Header image  
Buigen voor B.  
 
  home

Hotel Metropole
Stamelen. Dat was nog de beste beschrijving die Marieken later in de auto aan haar verontschuldigende woorden kon geven. Ze had moeten bekennen dat ze de verjaardag van hun eerste ontmoeting totaal was vergeten. Ze had zich uitgeput in excuses; ondertussen zijn hand houdend en bedekkend met smekende kusjes. Ze had ten overstaan van Frank en Leen moeten vragen of B. haar daarvoor hard wilde straffen. Weliswaar was het duidelijk dat beiden ook een meester-slaaf-relatie hadden, maar toch. Ze kende hen nog maar net. B. had al die tijd niets gezegd en alleen maar geknikt. Tenslotte had hij gezegd: ‘Ik ben teleurgesteld in je.’

Die woorden hadden haar nog het meest geraakt. De hele rit door nachtelijk Brussel kon ze alleen maar aan die woorden denken: ‘Ik ben teleurgesteld in je.’ Hoe zou ze dat ooit weer goed kunnen maken? Waar reden ze trouwens heen?

B. minderde vaart en draaide de bocht om. Marieken keek naar buiten en zag het Brouckereplein voor zich. Hotel Metropole. B. stopte de wagen voor de monumentale entree en stapte uit. De toegesnelde deurwacht opende Mariekens portier. B. reikte hem de autosleutels en bood Marieken zijn arm aan. Achter hen stopte de wagen van Frank. B. had zoals gewoonlijk alles tot in de puntjes geregeld. En vanavond had hij kosten noch moeite gespaard. Ze schaamde zich nu nog erger dan tevoren voor haar onvergeeflijke onachtzaamheid.

De suite was net als de rest van het hotel prachtig en straalde een 19de-eeuwse grandeur uit die je nog maar zelden zag. Marieken keek rond. Op een bankje stond de zwartleren koffer van B. Die moest hij dus al eerder op de dag hebben bezorgd. B. deed zijn vestje uit, knoopte zijn stropdas af en zette zich in de blauwe zetel. ‘Doe mijn schoenen uit.’ Marieken haastte zich om voor hem te knielen en zijn schoenen te kussen. Vervolgens maakte ze zijn veters los en haalde de schoenen van zijn voeten. Dit had ze al zo vaak gedaan, dat ze precies wist welke handelingen in welke volgorde te verrichten waren.

‘Kleed je uit en kniel voor het bed.’ ‘Ik ga je de straf geven waar je om gevraagd hebt.’ Marieken huiverde bij de gedachte. Dit keer zou het erger zijn dan ooit tevoren, dat wist ze zeker. Maar tegelijk was ze zich ervan bewust dat ze deze straf volstrekt verdiend had. Snel gaf ze gehoor aan zijn opdracht. Ze knielde aan het voeteneinde van het bed, net voor een blauw bankje, haar handen in haar nek gevouwen. B. liep naar haar toe en greep haar bij de haren. Met een ruk legde hij haar met haar bovenlichaam over het bankje.

Terwijl ze zo met haar ogen gesloten lag en wachtte op de onvermijdelijke slagen van zijn riem of van de zweep uit de koffer, hoorde ze hoe B. de telefoon pakte en een nummer intoetste.

‘Ja, ik ben het.’ ‘Zijn jullie ook klaar?’
‘Goed, klop maar op de deur; ik doe open.’

Even laten werd er geklopt en hoorde ze de diepe stem van Frank. ‘Oh’, dacht Marieken, ‘waarom moeten ze er nu al bij zijn?’ Ze voelde zich een rood hoofd van schaamte krijgen.

‘Luister goed, Marieken.’ ‘Je hebt me te schande gemaakt in het bijzijn van vrienden.’ ‘Het lijkt me niet meer dan terecht dat ik je ook in het bijzijn van diezelfde vrienden daarvoor zal straffen.’

Nu hoorde ze sloten van de koffer en opnieuw Franks stem: ‘Kleed je uit en ga in positie zitten.’ Dat moest tegen Leen zijn, dacht Marieken.

‘Één.’ De eerste zweepslag verraste haar volledig. Toch had ze de tegenwoordigheid van geest om gelijk mee te tellen. Ze zou aan zijn vrienden tonen dat ze goed getraind was.
‘Twee.’ Venijniger dan de eerste.
‘Drie.’ Het was duidelijk dat B. haar echt niet zou sparen.
‘Vier.’ Hij gebruikte al zijn kracht. Ze voelde de eerste tranen opkomen.

Bij vijfentwintig slagen was ze een en al tranen, maar ze hield haar kaken stijf opeen. Ze zou geen kik geven. Ze had dit immers volstrekt verdiend.

Toen B. klaar was zette hij zich terug in een zetel. Frank, die in de andere zetel zat, gaf Leen de opdracht om de rode billen en rug van Marieken te soigneren. En B. voegde daar aan toe: ‘Ja, Leen, lik haar maar goed schoon.’ ‘Zorg dat ze schoon is voor jouw meester.’ ‘Vannacht is zij namelijk voor hem ... en jij bent voor mij.’ ‘Geven en nemen.’

vorige volgende of terug naar Verhalen