“De vorige eigenaar hield er een eigenaardige ‘hobby’ op na”, verontschuldigde de makelaar zich tegenover mij en de andere gegadigde. We keken alledrie naar het andreaskruis dat tegen de muur van de zolder was bevestigd. Mijn blik ging in het rond; overal ringen in de nokbalken, in de vloeren en in de massieve steunbalk die het centrum van de zolder domineerde. “Maar u kunt dat allemaal vrij eenvoudig verwijderen,” en met een vette knipoog liet hij er op volgen, “als u dat wilt, natuurlijk.”
“Ik neem het,” zei ik, zonder op zijn toespeling in te gaan. Ik kende de zolder van het 18de-eeuwse herenhuis, waar ik net een jaar daarvoor een appartement had gekocht, alleen vanuit de verbouwingstekeningen. Het was van Thomas van Born geweest, een zestigjarige rentenier, die om belastingsredenen vanuit Nederland naar de Antwerpse binnenstad was verhuisd. Hij bewoonde al een paar jaar het appartement op het gelijkvloers en had de zolder erbij kunnen kopen. Nu, een half jaar na zijn dood, werden beide eenheden weer apart verkocht.
“U kent de vraagprijs?” vroeg de makelaar nog voor de zekerheid. “Ja, 225.000 EURO,” antwoordde ik enigszins geïrriteerd, “wat natuurlijk veel te veel is voor een kale zolder, maar ik wil deze ruimte er absoluut bij hebben.” De makelaar lachte, “U weet natuurlijk dat u van de vereniging van eigenaren geen problemen hoeft te verwachten als u er een zolderstudio van maakt. Alleen gaat de lift maar tot de tweede verdieping en die zal niet verhoogd kunnen worden.” “Ja, die lift,” mopperde ik, “als die liftkamer er niet was geweest dan zou de zolder twee keer zo groot zijn. Nu blijft er krap 50 vierkante meter over en daar moet alles in gebeuren: douche, toilet, keuken, living.” “Maar ja, voor het moment wil ik het laten zoals het is.” En met een knipoog naar de makelaar en de jonge vrouw naast hem voegde ik er aan toe “ik denk dat ik die ringen en dat kruis voorlopig maar hun bestemming zal laten behouden.”
De makelaar lachte luid. “Nou, gefeliciteerd dan. Schikt het om vanmiddag om half vijf op mijn kantoor het compromis te tekenen?” Ik knikte bevestigend. Hij draaide zich naar de jonge vrouw naast hem. “Mevrouw, u hebt het gehoord. Het is spijtig voor u, maar meneer hier was snel in zijn beslissing. Maakt u zich echter geen zorgen, want er komen wel meer zolderstudio’s vrij. Ik heb uw kaartje en laat iets weten als ik weer wat heb.” “Ach ja, ik kom er wel overheen,” antwoordde de vrouw, met een prachtig zacht Limburgs accent. “Ik ben nog maar net op zoek, en als ik die prijzen zie, weet ik überhaupt nog niet of wel zal kopen. Misschien moet ik eerst maar eens een tijdje huren.”
Terwijl de makelaar nog bezig was met de hangsloten aan de zolderdeur en er de passende sleutels bij probeerde te vinden, liep ik met de jonge vrouw naar beneden. Ze vatte het sportief op, “proficiat met uw aankoop. Ik begrijp dat u hier in hetzelfde gebouw woont?” “Ja, ik woon hier op de tweede verdieping,” antwoordde ik, “heerlijk, midden in de stad.” Ze lachte, “ja, dat kan ik me voorstellen. Ik ben niet voor niets ook op zoek naar zo’n plek.”
We stopten voor de deur van mijn appartement. “Zo, ik ben er al.” Uit beleefdheid wachtten we op de makelaar, die we boven binnensmonds hoorden vloeken. Hij kon kennelijk de deur niet goed toe krijgen. Ze boog zich voorover naar het venster om het uitzicht op de straat te bekijken. Ik had nu op mijn beurt de gelegenheid om haar ongestoord van schuin achter te bekijken.
Een niet onknappe verschijning; hoewel eigenlijk eerder onopvallend. Halflang, lichtkrullend donkerbruin haar, fijne neus en een mooie mond. Ze was degelijk maar tegelijk ook geraffineerd gekleed in een bruine rok tot net onder haar knieën. Daaronder bruine schoenen met halfhoge hak. De vorm van haar onderbenen kwam goed tot zijn recht in de perfect gekozen kousen. Mijn blik gleed terug omhoog en bleef rusten op de contour van een fraai paar billen, niet te dik en ook niet te mager. Een getailleerd kort bordeauxrood leren jasje over een crèmekleurige blouse accentueerde perfect de overgang van billen naar taille. Ik keek naar haar handen, waarmee ze op de vensterbank steunde. Geen ringen. Ze droeg helemaal geen sieraden. Dat zag je niet vaak bij vrouwen van haar leeftijd. Hoe oud zou ze eigenlijk zijn? Ik taxeerde haar nog eens. Vast niet ouder dan 35 jaar, misschien zelfs niet ouder dan 30. Zo te zien, een jonge zakenvrouw, nog niet heel lang in de stad, en waarschijnlijk single. Ik had mijn conclusie getrokken en begon haar opeens met heel andere ogen te bekijken.
“Wat gaat u eigenlijk met die ruimte doen?” vroeg ze plotseling, terwijl ze zich naar me toedraaide. Ik lachte, “zoals ik al zei, voorlopig maar gebruiken waar ze voor gebruikt werd; dus knappe meisjes vastbinden en martelen.” Ze lachte, duidelijk een beetje in verlegenheid gebracht. “Ik bedoel natuurlijk, wat gaat u er daarna mee doen? Gaat u het verbouwen voor eigen gebruik of voor de verhuur? In het laatste geval ben ik er misschien wel in geïnteresseerd.”
“Hmm.” Ik keek haar in de ogen en bedacht me dat het geluk me toelachte. Ze had zelf een opening gegeven om nader kennis te maken. “Daar zet u me aan het denken. Weet u wat, waarom komt u niet even mee binnen? Dan kunnen we zien wat de mogelijkheden zijn.” Ik stak mijn hand uit, “overigens, mijn naam is David Pierce.” Ze gaf me een zakelijk stevige handdruk, ‘aangenaam, ik heet Laurence Brunelli.’
Nadat we van de makelaar afscheid hadden genomen, opende ik mijn deur. Laurence glimlachte en stapte mijn appartement en mijn leven binnen.
volgende of terug naar Verhalen |