“Kan ik uw jas aannemen?” Laurence antwoordde bevestigend en knoopte haar leren vestje los. David stond achter haar en pakte het bij de schouders aan. “Merci” en na een korte stilte liet ze er op volgen “maar zeg maar ‘je’. Ik denk dat we ongeveer van dezelfde leeftijd zijn.” David lachte luid. “Dat denk ik niet. Ik ben zeker 10 à 15 jaar ouder dan jij. Ik ben alleen wonderbaarlijk goed geconserveerd voor een oude man van 45 jaar.” Zijn zelfspottende ondertoon was overduidelijk.
Laurence keek hem eens aan. Het licht van de lamp in de hal legde een warme gloed op zijn gezicht. Een mooi gezicht wel, met bruine ogen, daar hield ze van. Zijn volle zwarte haar zat naar achteren gekamd, waarschijnlijk met wat gel in model gebracht. Er schenen al wat grijze haren door, inderdaad. Maar 45 jaar, dat had ze niet gedacht. “Nee, dan heb je bijna gelijk, want ik ben 36. Ik had je een pak jonger geschat.”
“Ik neem het als een compliment”, en met de betoverende lach van een charmeur liet hij er op volgen, “maar ik had jou ook veel jonger geschat, eerder zo iets van begin 30.” Ze lachten beiden. Het ijs was gebroken. “Kom binnen.”
Laurence keek om zich heen. Een moderne inrichting waar duidelijk veel goede smaak in was gestoken. Weliswaar in een 18de-eeuws kader, alhoewel, ... de gestuukte plafonds waren misschien jonger, maar het houten lijstwerk van de raampartijen was zeker origineel. Laurence had een paar jaar bij een binnenhuisarchitect gewerkt en had een goed oog voor details. Niet minder dan zes zwartlederen Barcelona zetels van Mies van der Rohe rond een strakke glazen salontafel, abstracte sculpturen in wit marmer op zwarte sokkels tussen de vensters, en matglazen lampzuilen in de hoeken van de salon. De ruimtelijke en de kleuraccenten waren perfect op elkaar afgestemd.
"Zeg, je bent toch geen binnenhuisarchitect?”, vroeg Laurence. David glimlachte, “Nee, maar bevalt het je?”. “Ja, echt heel goed gedaan.” “Ach, ik verzamel graag mooie dingen en die probeer ik dan een beetje leuk neer te zetten. Ik ben blij dat je het ook mooi vindt.”
David wees naar één van de zwarte zetels en zei “zet je, dan zal ik iets te drinken pakken.” Laurence trok even haar wenkbrauwen op, maar antwoordde: “OK” en zette zich in de zetel. De stelligheid waarmee hij haar één specifieke plaats had gewezen, had haar verrast. Er stonden zes zetels, keuze genoeg. De mededeling dat hij iets te drinken zou pakken was al even direct. Hij had niet gevraagd wat ze wilde drinken; ook niet óf ze wat wilde drinken. Nee, “zet je, dan zal ik iets te drinken pakken.” Een vreemde sensatie overviel haar; ze kon alleen niet plaatsen of ze dat nou prettig of juist niet prettig vond.
Op de achtergrond hoorde ze David in de keuken. Ze zette haar handtas op de grond en richtte zich weer op. Haar blik ging omhoog en bleef hangen op een schilderij recht tegenover haar. Opnieuw overviel haar die sensatie, alleen nu heftiger dan daarnet, en duidelijk anders.
Een naakte vrouw op de rug gezien, de handen kruiselings gebonden. Het hoofd lichtjes gebogen. Ze kon er onmogelijk naast kijken want het doek was zeker 1 meter 50 hoog. Iets dwong haar te kijken, bijna obsessief. Het touw waarmee de polsen van de vrouw bijeengebonden waren, was tot in het fijnste detail weergegeven. Net boven de kuiltjes in haar onderrug; de curve van haar billen ... Plotseling trok een intense rilling door haar lijf. Twee rode striemen liepen horizontaal over de billen van de vrouw. ‘Straf’, ‘Slagen’: die woorden schoten door haar hoofd. Laurence voelde haar hart kloppen en merkte dat ze een kleur kreeg.
Ze werd in gedachten 25 jaar teruggevoerd. Haar 13jarige vriendje Joshua, die haar in zijn slaapkamer plotseling had overmeesterd; haar polsen met plastic speelgoedhandboeien had vastgemaakt en haar in een spel van ‘politie en winkeldievegge’ had ondervraagd. Ze had het spel overtuigend meegespeeld en was uiteindelijk tot een ‘bekentenis’ gedwongen. Joshua had daarop streng aangekondigd dat hij haar zou moeten straffen.
Dat woord ‘straffen’ had op dat moment zo’n ongelooflijke sensatie bij haar opgeroepen. Precies die sensatie die ze nu ook weer had bij het zien van de striemen op de billen. Joshua had haar broek en haar slip naar beneden getrokken en haar op haar blote billen een aantal flinke klappen gegeven. Die sensationele spanning had ze daarna nooit meer gevoeld, tot nu toe dan. Achteraf had ze beseft dat dit kinderspel haar in één klap in de wereld van een seksueel ontwakende puber had gezet. Hoe vaak had ze in die jaren daarna niet dit beeld opgeroepen? Met zichzelf spelend onder de dekens en denkend aan Joshua, die haar zou gaan ‘straffen’ ... hmmm, en dan heerlijk klaarkomen.
Plotseling ontwaakte ze uit haar dagdroom. Natuurlijk: daarom had hij haar precies deze plaats gewezen. Hij wilde haar met dat schilderij confronteren. Hij wilde haar reactie peilen. ‘Eerlijk zijn, Laurence,’ sprak ze zichzelf toe. ‘Ben je geïnteresseerd in die zolderstudio, die nog helemaal geen studio is, of ben je zojuist door die man gefascineerd geraakt?’ Ze slikte en moest tegenover zich toegeven dat ze al door Davids eerdere opmerking over het andreaskruis geprikkeld was. Wat had hij ook alweer gezegd? “zoals ik al zei, voorlopig maar gebruiken waar ze voor gebruikt werd; dus knappe meisjes vastbinden en martelen.” Laurence slikte nog eens. Er trok een prettige rilling over haar rug.
vorige volgende of terug naar Verhalen |