De enveloppe die ze vanmiddag in haar postbus trof bevatte twee kaarten. Geschreven ter gelegenheid van Valentijnsdag. Hoewel ze wist dat dit commerciële feest van anonieme liefdesbetuigingen niet aan hem besteed was, meende ze toch zijn handschrift te herkennen. Ze hadden weliswaar nog niet zo heel vaak met elkaar afgesproken, maar ze wist vanaf het eerste moment dat hij dezelfde duistere interesses had als zij.
De ene kaart toonde een mierzoet plaatje dat de Valentijnssymboliek passend in de verf zette: een romantisch en liefdevol koppel met een of andere tekst over de liefde. De andere kaart liet een vrouw met gebogen hoofd en polsboeien zien, een toonbeeld van vrouwelijke onderdanigheid. Ja, ze wist het nu heel zeker: deze kaarten kwamen van hem en hij had inderdaad dezelfde interesses. De tekst op de kaart verried echter meer van zijn gevoelens vóór haar dan van zijn bedoelingen mét haar. Dat laatste stelde ze eigenlijk met een zekere spijt vast. Toen ze zich van deze stille teleurstelling bewust werd, trok er een rode blos op haar wangen. Ze kon dergelijke gevoelens niet echt verbergen. En hij had dat dan ook al zeker en vast bij haar gezien.
Ze pakte haar mobiel en tikte een boodschap in. ‘Dank je wel. Ik ben blij dat je me zo goed kent.’ Haar vinger toetste snel door het adresboek tot ze bij zijn naam kwam. Klik. Verzenden. Bericht verzonden. Ze was benieuwd hoe snel hij zou reageren. Maar twee uur later was er nog steeds geen antwoord. Ze had al een paar keer ongerust op het schermpje van haar GSM gekeken; misschien had ze het piepje niet gehoord, maar nee, niets. Even kreeg ze het benauwd. Wat als de kaartjes nou eens niet van hem kwamen? Ach nee, dan had ze nog niets mispakt. Haar bericht was neutraal genoeg. Ze kon zich er altijd nog uit redden.
Na het eten ging ze zoals gewoonlijk nog even op het Internet om te kijken of er nog iemand haar een mailtje had gestuurd. En ja: er was een bericht van hem. Daarom had hij haar nog geen SMSje gestuurd. Ze klikte op de berichtbalk ‘Proefles’ en las.
“Liefste,
je hebt geraden dat ik het was, en ik ben blij dat mijn intuïtie me niet in de steek heeft gelaten. Ik wist al vanaf de eerste keer dat ik je zag, dat jij zo was. En, mocht je het nog niet geweten hebben, dan weet je nu dus ook dat ik daar wel van houd. Maar je zult je ongetwijfeld afvragen, waarom ik je dan twee kaartjes heb toegestuurd?”
Ze knikte; ja, dat had ze zich inderdaad al afgevraagd. Ze las verder: “Ik weet dus nu dat jij onderdanige gevoelens hebt, maar ik weet niet wat je daar mee wilt doen. Misschien ben je er nog helemaal niet aan toe om er daadwerkelijk iets mee te doen. Je weet nu wel van mij dat ik iets voor jou voel, en dat in meer dan één opzicht. Misschien wil je voorlopig alleen doorgaan zoals nu: een vriendschappelijk, romantisch en liefdevol contact met langzaamaan misschien iets meer. Als dat zo is: stuur dan de daarbij passende kaart aan mij terug, en wel voor het weekend.”
Dit klonk echt als een opdracht. De plotselinge overgang naar de gebiedende wijs trof haar, en eigenlijk niet eens onaangenaam. Er balde zich een zekere spanning in haar buik. Zo had hij nog nooit tegen haar gesproken. Ze las snel door.
“Als je je echter helemaal aan mij wilt overgeven, en mij de touwtjes in handen wilt geven, stuur dan de andere kaart terug. Ik zal je dan laten weten wanneer ik je voor een proefles zal oproepen. Ga echter geen begeleidende brieven meesturen met vragen over wat ik dan met je ga doen. Het is onvoorwaardelijk en dus een kwestie van vertrouwen. Aan jou de keus. En, ook nu geldt: antwoord voor het weekend.” Ze slikte, voor de zoveelste keer en keek naar zijn naam onder de mail.
Later
Met twee enveloppen in de hand stond ze voor de brievenbus. Ze was nog steeds besluiteloos. Welke zou ze hem terugsturen? Ze keek nog een keer, sloot haar ogen en wierp de rechter in de bus. Een rilling trok over haar rug. Nu was er geen weg terug.
volgende of terug naar Verhalen |